Wees of zoon?

In by Peter Santema

Afgelopen zaterdag heeft Jan Pool ons tijdens de Vaderhartconferentie meegenomen naar het hart van de Vader. Gods hart klopt vol van liefde en genade voor alle mensen en Hij is er in alles op gericht om de afstand tussen Hem en ons mensen te verkleinen. Het meest ultieme voorbeeld daarvan is dat Hij uit de hemel afdaalde om mens te worden zoals wij. Om zo onder de mensen te zijn, te leven en te bewegen. Maar daarmee hield het niet op: Jezus ging voor ons de weg van het kruis om voor ons vergeving, verlossing en bevrijding te bewerken. Dit opdat wij door ons geloof in Hem verzoend konden worden met Zijn Vader en de Heilige Geest in ons kon komen wonen. Dichterbij kan God niet komen.

Dit zijn in theorie hele mooie woorden en het zou fantastisch zijn als wij dit als christenen ook allemaal zo zouden ervaren en eruit zouden leven, echter in de praktijk blijkt het vaak anders te zijn. Jan Pool heeft ons uitgelegd dat veel christenen niet leven als zonen van God, maar als weeskinderen. Een wees is een kind van wie één of beide ouders zijn overleden. Als we de betekenis van een wees toepassen op een christen zou dat betekenen dat een christen zonder Vader door het leven gaat. Echter in de onderstaande tekst lezen we juist dat God ons heeft aangenomen als Zijn zonen. 

Want allen die door de Geest van God geleid worden, zijn zonen van God. Wij hoeven dus geen slaven van angst meer te zijn. Nee, God heeft ons een andere geest gegeven. Wij zijn door Hem aangenomen als zonen. En doordat Zijn Geest in ons woont, roepen wij: ‘Abba, Vader!’ Want in ons diepste wezen overtuigt Gods Geest ons ervan dat wij kinderen van God zijn.

Romeinen 8:14-16 HTB

Nu kan dat woord ‘zonen’ best wat vragen oproepen, want in onze taal zijn zonen de mannelijke kinderen van een vader, maar hoe zit dat dan met vrouwen? Daarin kan ik je volledig geruststellen: Het woord ‘zonen’ wordt hier voor zowel mannen als vrouwen gebruikt. De Bijbel maakt namelijk onderscheid tussen ‘kinderen’ en ‘zonen’ en een zoon is een opgegroeid en volwassen geworden kind. En een kind kan zowel een dochter als een zoon zijn. In de Bijbel komen we dit vaker tegen. Bijvoorbeeld met het begrip ‘Bruid van Christus’. Met de Bruid wordt de ‘Gemeente van Christus’ bedoeld en je raadt het misschien al: de Gemeente bestaat uit zowel mannen als vrouwen. 

Als Paulus het in Romeinen dus heeft over ‘zonen’ dan gaat het over mannen- en vrouwenchristenen. Elke christen heeft de Heilige Geest ontvangen en elke christen mag ‘papa’ (Abba) tegen God zeggen. Dat is heel intiem en vertrouwelijk en spreekt van een diepgaande relatie tussen God de Vader en Zijn kinderen. Maar deze relatie moet groeien en dat gebeurt niet vanzelf. Net zoals relaties tussen mensen nooit vanzelf groeien. Van beide kanten moet er geïnvesteerd worden in elkaar. Er moet wederzijds vertrouwen en begrip zijn en ruimte om in alles open en eerlijk te communiceren zonder iets voor elkaar geheim te houden. 

God de Vader verlangt er naar om zo in relatie te leven met al Zijn kinderen, ook met jou! Hij geeft je Zijn genade en vertrouwen en wil graag dat je Hem vertrouwt en Zijn hart leert kennen. Hij verlangt ernaar dat je als Zijn zoon door het leven gaat en niet als een wees. Een wees weet niet waar hij vandaan komt en wat zijn identiteit is. Hij zoekt dan ook naar waarde en betekenis in wat hij doet, heeft of in wat anderen over hem zeggen. Een zoon weet echter wie hij is in Christus. Een wees haalt zijn rechtvaardigheid uit zijn werk en probeert het goed te doen voor de Vader. Maar een zoon weet dat de Vader hem in Jezus Christus volledig aanvaard heeft en dat hij daar niets voor kan doen. 

Een zoon kan zich geven in relaties, maar een wees heeft moeite om zich te hechten. Hij heeft ook moeite met vertrouwen en zal per situatie inschatten wie of wat hij kan vertrouwen, dit heet situationeel vertrouwen. Een zoon heeft echter relationeel vertrouwen: Hij vertrouwt de Vader vanuit de relatie die er tussen hen is. Een zoon is ook altijd tevreden op elke plek waar hij is, maar een wees komt nooit op zijn plek. Hij blijft ronddolen en zoeken, maar vindt geen rust. Een wees verdedigt ook alles wat hij heeft en probeert dat krampachtig vast te houden, maar een zoon staat altijd met open handen en verwacht dat de Vader voor hem zorgt.

Wij zijn er niet toe bestemd om als christelijke wezen door het leven te gaan, maar wij zijn er voor bedoel om Gods zonen te zijn. En zonen hebben vrije toegang tot de Vader. Misschien heb je zelf kinderen. Stel je eens voor dat je oudste kind steeds bij je komt om jou namens het jongste kind een gunst te vragen. Dat je jongste kind niet zelf met jou praat, maar dat dit altijd via je oudste kind zou gaan. Dat zou je toch niet accepteren? Dat zou toch raar zijn? Je wilt toch dat je kinderen je vertrouwen en zonder schroom bij je durven te komen en alles durven te zeggen wat er in hen omgaat? Zo verlangt God er ook naar dat wij persoonlijk bij Hem komen om in vertrouwen alles open en eerlijk met Hem te bespreken. 

Misschien herken je je in de beschrijving hierboven van een christelijke wees. Misschien geloof je al je leven lang, maar ken je het genadige hart van de Vader nog niet persoonlijk en ben je Zijn rust nog niet ingegaan. Je blijft maar zoeken in geloof, maar kunt het nergens vinden. Je hart blijft onrustig. Dan wil ik je aanmoedigen om een rustige plek te zoeken en neer te knielen voor de Vader in de hemel en heel eenvoudig de volgende woorden te bidden: Lieve Vader in de hemel, ik zie nu in dat ik niet het leven leid van een zoon maar dat van een wees. Ik kies er nu voor U te vertrouwen als Mijn Vader en vraag U mij te helpen groeien als Uw zoon. Help mij te groeien in relatie met U, Vader. In Jezus’ Naam, amen.   

Babs Santema